ECLI:NL:CRVB:2022:903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering ziekengeld wegens te laat bezwaar zonder goede reden
Appellant was werkzaam als begeleider in de zorg en meldde zich ziek na een bedrijfsongeval. Na beëindiging van het dienstverband ontving hij ziekengeld van zijn ex-werkgever, die eigenrisicodrager is. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 8 april 2019 wegens onvoldoende gegevens over arbeidsongeschiktheid en vorderde het reeds betaalde bedrag terug.
Appellant maakte bezwaar tegen de beëindiging, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening zonder geldige reden. De rechtbank oordeelde dat appellant het besluit niet had ontvangen, maar dat hij door weigering van een aangetekende brief door zijn ouders zelf verantwoordelijk was voor het te laat indienen van bezwaar.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij mishandeld was en recht had op ziekengeld, en dat hij correspondentie niet ontving. De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat appellant zonder geldige reden niet op het spreekuur van de bedrijfsarts verscheen en onbereikbaar was voor zijn ex-werkgever. De terugvordering van het ziekengeld werd bevestigd omdat geen dringende redenen tot kwijtschelding waren.
De Raad vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het ziekengeld bevestigd.