Uitspraak
21.1688 ANW
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) nadat haar echtgenoot in Marokko overleed. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet in Nederland woonde of werkte en ook niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat de echtgenoot niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden van de ANW. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar echtgenoot wel verzekerd was geweest toen hij in Nederland woonde en dat zij zelf geen inkomen heeft en te ziek is om te werken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was op grond van artikel 13, 63 en 63a van de ANW en ook niet op grond van de Marokkaanse wetgeving, zoals bevestigd door het Caisse Nationale de Sécurité Sociale. Hierdoor bestaat geen aanspraak op een nabestaandenuitkering. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de nabestaandenuitkering wordt bevestigd.