Uitspraak
19 3034 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd in het kader van een heronderzoek verzocht bankafschriften over een bepaalde periode te overleggen. Ondanks herhaalde verzoeken en een hersteltermijn verstrekte appellant niet alle gevraagde bankafschriften volledig en tijdig.
Het college van burgemeester en wethouders van Roermond schortte de bijstand op en trok deze later in op grond van artikel 54 van Pro de Participatiewet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de gevraagde gegevens wel had verstrekt, dat het verzoek niet gerechtvaardigd was, dat het opvragen van bankafschriften inbreuk maakte op zijn privacy en dat psychische klachten hem belemmerden.
De Raad oordeelde dat appellant niet binnen de hersteltermijn de volledige bankafschriften had verstrekt, dat het college bevoegd was de gegevens op te vragen zonder bijzondere aanleiding, dat het belang van het college zwaarder woog dan het privacybelang en dat de psychische klachten niet aannemelijk maakten dat appellant niet in staat was de gegevens tijdig te overleggen.
Daarmee was voldaan aan de voorwaarden voor intrekking van de bijstand en werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde bankafschriften wordt bevestigd.