ECLI:NL:CRVB:2022:675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij pgb hulp bij huishouden
Appellante beschikte over een persoonsgebonden budget (pgb) voor vijf uur hulp bij het huishouden per week, verstrekt op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Na het aflopen van deze maatwerkvoorziening vroeg zij het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein om een nieuwe toekenning. Het college besloot de pgb voor de periode 13 mei 2019 tot en met 12 juli 2019 op vijf uur per week te stellen en voor de periode 13 juli 2019 tot en met 12 mei 2020 op drieënhalf uur per week.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelde ambtshalve de vraag of appellante voldoende procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak, aangezien het geschil betrekking had op een reeds verstreken periode.
Appellante gaf aan dat zij met het hoger beroep beoogde om met terugwerkende kracht een pgb voor vijf uur hulp bij het huishouden per week te verkrijgen. Echter, zij kon niet aantonen dat zij kosten had gemaakt of dat er een betalingsverplichting was ontstaan. Ook was geen ander belang gesteld of gebleken dat een inhoudelijke beoordeling rechtvaardigde. De Raad oordeelde daarom dat er geen procesbelang bestond en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.