ECLI:NL:CRVB:2022:61
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep door bestuursorgaan met proceskostenveroordeling
Het CIZ heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar heeft dit hoger beroep later ingetrokken. Betrokkene verzocht om vergoeding van de proceskosten die gemaakt zijn in verband met de behandeling van het hoger beroep.
De Raad overwoog dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan in beginsel een proceskostenveroordeling volgt, tenzij bijzondere omstandigheden dit uitsluiten. Het CIZ voerde aan dat intrekking plaatsvond vanwege eerdere uitspraken van de Raad, maar dit werd niet als bijzondere omstandigheid erkend.
De Raad veroordeelde het CIZ daarom tot vergoeding van de redelijke proceskosten van betrokkene, begroot op €759 voor rechtsbijstand en €17,52 voor reiskosten. Vergoeding van de eigen bijdrage voor de rechtsbijstand werd afgewezen omdat deze niet in het Besluit proceskosten bestuursrecht is opgenomen.
De uitspraak werd gedaan door E.J. Otten, met K.R. van Renswoude als griffier, op 6 januari 2022.
Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van €776,52.