ECLI:NL:CRVB:2022:597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als schoonmaakmedewerker en meldde zich ziek met medische klachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het medische en arbeidsdeskundige onderzoek zorgvuldig en goed gemotiveerd werd bevonden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en overhandigde aanvullende medische informatie. De Raad concludeerde dat deze nieuwe informatie geen aanleiding gaf om het eerdere oordeel te wijzigen. De ontstekingsklachten aan het been waren rond de datum van belang niet aanwezig en de psychische klachten waren adequaat beoordeeld. De geselecteerde functies bleken passend binnen de beperkingen van appellant.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen reden om een deskundige te benoemen of het UWV te veroordelen. De proceskostenveroordeling werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.