ECLI:NL:CRVB:2022:594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens niet voldoen aan studeervoorwaarde en arbeidsvermogen
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van arbeidsongeschiktheid jonggehandicapten. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarde dat hij gedurende ten minste zes maanden studerend was voorafgaand aan het intreden van beperkingen op 8 april 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde vast dat appellant tot 31 augustus 2014 voltijds studeerde, maar daarna niet meer, waardoor hij niet voldeed aan de studeervoorwaarde. Ook was er geen medische grond om een eerdere ziektedatum dan 8 april 2015 aan te nemen. Appellant werkte tot 31 maart 2015 zonder zich ziek te melden en maakte geen bezwaar tegen de ingangsdatum van zijn ziektewetuitkering.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat hij al eerder ziek was, maar de Raad volgde het oordeel van de verzekeringsarts dat er geen aanwijzingen zijn voor beperkingen vóór 8 april 2015. De brief van een chiropractor uit 2021 kon dit niet veranderen. Omdat appellant niet voldeed aan de studeervoorwaarde en er geen sprake was van geen arbeidsvermogen, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat appellant niet voldoet aan de studeervoorwaarde en beschikt over arbeidsvermogen.