Uitspraak
20.3662 PW-PV
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak ging het om het bezwaar van appellant tegen het besluit van 27 mei 2019 tot intrekking van de bijstand per 1 mei 2019 en de terugvordering van kosten van bijstand ter hoogte van €13.619,59, verband houdend met een door appellant gedreven onderneming.
Het bezwaar werd te laat ingediend; de bezwaartermijn eindigde op 8 juli 2019, terwijl het college het bezwaarschrift pas op 29 juli 2019 ontving. De boekhouder van appellant had het bezwaarschrift van 13 juni 2019 niet aangetekend verzonden. Appellant stelde dat het niet tijdig ontvangen bezwaarschrift niet voor zijn rekening mocht komen, maar slaagde hier niet in.
De Raad benadrukte dat het op de indiener rust om tijdige verzending aannemelijk te maken. De enkele stelling dat de boekhouder het bezwaarschrift tijdig ter post heeft bezorgd, volstaat niet. Het college was dan ook bevoegd het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Bezwaar tegen intrekking bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.