ECLI:NL:CRVB:2022:542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens onduidelijkheid DJ-inkomsten
In deze zaak staat de intrekking van bijstand per 1 januari 2019 en de terugvordering van €14.968,93 centraal. Het college heeft de bijstand ingetrokken omdat appellant als DJ op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht in diverse Europese steden. Het overzicht van optredens dat appellant aanleverde, stemde niet overeen met door het college geconstateerde data uit flyers, foto’s en filmpjes. Tevens gaf appellant geen inzicht in de omvang van zijn werkzaamheden en de duur van zijn verblijf in het buitenland.
De rechtbank heeft het besluit van het college in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep beoordeelt of het recht op bijstand schattenderwijs kan worden vastgesteld, maar concludeert dat daarvoor onvoldoende aanknopingspunten bestaan. De discrepantie tussen de opgegeven en geconstateerde optredens speelt hierbij een belangrijke rol. Appellant heeft geen onderbouwing geleverd voor zijn stelling dat sommige optredens niet hebben plaatsgevonden.
Zelfs bij cumulatie van alle optredens kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld, omdat onduidelijk blijft welke inkomsten appellant heeft genoten. Het door appellant overgelegde overzicht met gemiddelde DJ-inkomens biedt onvoldoende duidelijkheid en sluit niet aan bij zijn professionele status en buitenlandse optredens. De Raad verwijst naar een eerdere zaak met een ander profiel, die niet vergelijkbaar is.
De Centrale Raad bevestigt daarom de intrekking van de bijstand en de terugvordering. Een kostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens onvoldoende aanknopingspunten voor vaststelling recht op bijstand.