ECLI:NL:CRVB:2018:1185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden als dj
Appellante ontving bijstand en trad in de beoordelingsperiode drie keer als dj op zonder dit te melden aan het college. Het college herzag de bijstand en vorderde ten onrechte een bedrag van € 1.848,12 terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De Raad stelt vast dat de optredens als dj op geld waardeerbare werkzaamheden zijn, ook al ontving appellante geen directe betaling. De optredens waren professioneel en commercieel van aard. Het college had het recht op bijstand schattenderwijs kunnen vaststellen op basis van een redelijke vergoeding van € 163 per optreden, wat resulteert in een lagere terugvordering van € 489.
De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad vernietigt de uitspraak en het besluit van het college, herroept het besluit tot intrekking en bepaalt een lagere terugvordering. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en bepaalt vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van bijstand wordt herroepen en de terugvordering wordt verlaagd naar € 489.