ECLI:NL:CRVB:2022:50
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellante ontving sinds 2014 bijstand en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme melding over haar woonsituatie met X. Het college wilde een huisbezoek afleggen om de feitelijke situatie te verifiëren, maar appellante weigerde medewerking. Het college trok daarop de bijstand in wegens het niet nakomen van de medewerkingsplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het college voldoende concrete feiten had om een huisbezoek te rechtvaardigen en dat een gesprek geen effectief alternatief was. Het huisbezoek was proportioneel en noodzakelijk om de woonsituatie vast te stellen.
Appellante voerde aan dat zij een zwaarwegende reden had vanwege een afspraak op school en dat het huisbezoek onaangekondigd en belastend was. De Raad vond echter dat zij onvoldoende informatie gaf om alternatieven te onderzoeken en dat het rapport van de handhavingsspecialisten, opgesteld op ambtsbelofte, betrouwbaar was. Het latere aanbod van appellante om het huisbezoek alsnog toe te laten was niet relevant.
Daarmee was het niet meewerken aan het huisbezoek zonder redelijke grond en mocht de bijstand worden ingetrokken. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet meewerken aan het huisbezoek zonder redelijke grond wordt bevestigd.