ECLI:NL:CRVB:2022:440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag langdurige zorg en vermogen tot alarmeren met alarmsysteem
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), welke door het CIZ is afgewezen omdat zij geen blijvende behoefte had aan 24-uurs nabijheid van zorg. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat medisch advies voldoende onderbouwing bood dat appellante in staat was om hulp in te roepen via een alarmsysteem, ondanks een verklaring van een huisarts over neuropathie.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij niet altijd in staat was een alarmknop in te drukken of een spraakgestuurd alarmsysteem te gebruiken, onderbouwd met een brief van een KNO-arts uit 2021. De Raad concludeert echter dat deze brief buiten de beoordelingsperiode valt en geen aanleiding geeft om het eerdere oordeel te herzien.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante in de relevante periode medisch gezien in staat was om op relevante momenten hulp in te roepen, ook met alternatieve alarmeringsmogelijkheden zoals met haar voet. Er is geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot afwijzing van de Wlz-aanvraag wordt bevestigd.