Betrokkene had op 18 februari 2019 een herhaald verzoek ingediend voor een maatwerkvoorziening voor maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015. Het college reageerde op 26 februari 2019 met een brief waarin werd verwezen naar een eerder genomen besluit van 2 oktober 2018 waarin betrokkene was afgewezen. Het college verklaarde het bezwaar tegen deze brief bij besluit van 29 maart 2019 kennelijk niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit zou zijn.
De rechtbank oordeelde anders en vernietigde het bestreden besluit, stellende dat de brief van 18 februari 2019 wel een aanvraag was waarop het college had moeten beslissen. Het college ging tegen deze uitspraak in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de brief van 26 februari 2019 wel kwalificeert als een besluit in de zin van de Awb en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
Omdat betrokkene inmiddels een woning heeft, is er geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar. Daarom verklaart de Raad het bezwaar niet-ontvankelijk en veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkene.