ECLI:NL:CRVB:2022:390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak niet-ontvankelijk wegens laattijdigheid
Appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) bezwaar gemaakt tegen een afwijzende beslissing over zijn recht op een WAO-uitkering. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Amsterdam, die dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat appellant geen gronden van beroep had ingediend.
Appellant verzocht later om herziening van deze uitspraak, stellende dat zijn rechten ontnomen waren. De rechtbank wees dit verzoek af. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat herziening slechts mogelijk is op grond van nieuwe feiten en omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
Omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden (nova) heeft gesteld en het verzoek meer dan een jaar na de uitspraak is ingediend, is het verzoek onredelijk laat. Daarom verklaart de Raad het verzoek niet-ontvankelijk en vernietigt de aangevallen uitspraak. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke laattijdigheid.