ECLI:NL:CRVB:2022:331
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1945, vroeg in november 2019 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Verweerder wees de aanvraag af omdat onvoldoende was aangetoond dat appellante direct betrokken was bij oorlogsgeweld, met name bij beschietingen in de betreffende periode en locatie.
De Raad onderzocht het beroep en stelde vast dat de eerste voorwaarde voor erkenning is dat de aanvrager direct betrokken moet zijn geweest bij oorlogsgeweld. Hoewel verklaringen van appellante en haar familie een angstige situatie en de aanwezigheid van kogelgaten bevestigden, ontbrak bewijs van directe persoonlijke betrokkenheid, zoals lichamelijk letsel of directe confrontatie met geweld.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 januari 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij direct betrokken was bij oorlogsgeweld.