ECLI:NL:CRVB:2022:2863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- S.B. SmitColenbrander
- G.A.J. van den Hurk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wrakingsverzoek wegens termijnoverschrijding in bestuursrechtelijke procedure
Verzoekers hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland en daarna een verzoek om wraking van de behandelend rechters ingediend. Zij voerden aan dat er sprake was van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, omdat hun verzoek om getuigen te horen niet werd gehonoreerd.
De Raad heeft het wrakingsverzoek getoetst aan artikel 8:15 en Pro 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uit de procedure blijkt dat verzoekers pas op 17 juli 2022 het wrakingsverzoek indienden, terwijl zij al op 13 juni 2022 wisten dat het verzoek om het onderzoek te heropenen en getuigen te horen was afgewezen.
De Raad oordeelt dat verzoekers niet tijdig hebben gehandeld en daardoor niet hebben voldaan aan de termijnvereiste van artikel 8:16 Awb Pro. Het wrakingsverzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 september 2022.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening.