Uitspraak
21 1402 WIA-T
22 maart 2021, 20/5813 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was industrieel schoonmaker en meldde zich ziek met klachten aan handen en armen. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de maatmanomvang en het maatmaninkomen onjuist waren vastgesteld. De Raad bevestigde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat geen aanleiding bestond voor een aanvullend onderzoek.
De Raad oordeelde echter dat het UWV ten onrechte alle loonaangiftetijdvakken had meegenomen bij de vaststelling van het maatmaninkomen, terwijl een periode vanaf 1 januari 2017 representatiever was vanwege een stabielere urenomvang. Hierdoor was de arbeidskundige grondslag onvoldoende deugdelijk en was het besluit strijdig met artikel 7:12 Awb Pro.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herzien en een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij de maatmanomvang en het maatmaninkomen correct worden vastgesteld.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens een onjuiste vaststelling van maatmanomvang en maatmaninkomen, en het UWV wordt opgedragen het besluit binnen zes weken te herzien.