ECLI:NL:CRVB:2022:2783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning toereikend persoonsgebonden budget voor scootmobiel
Appellante, beperkt in mobiliteit, ontving een scootmobiel in bruikleen en vroeg een persoonsgebonden budget (pgb) voor vervanging bij een andere leverancier. Het college kende een pgb toe dat gelijk was aan de kosten van een scootmobiel van categorie 10 bij de eigen leverancier. Appellante kocht een duurdere scootmobiel en betaalde het verschil zelf.
Het college verklaarde het bezwaar van appellante tegen het pgb-bedrag ongegrond, omdat het pgb toereikend was voor een passende scootmobiel binnen categorie 10. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep voerde appellante aan dat de scootmobiel niet passend was vanwege technische problemen, onvoldoende actieradius en ongeschiktheid voor linkshandigen.
De Raad oordeelde dat het college zorgvuldig had onderzocht en dat er geen medische verslechtering was die nader onderzoek vereiste. Het pgb was toereikend voor een scootmobiel die passend is voor appellante, inclusief bediening met één hand en voldoende actieradius. De negatieve ervaringen met de leverancier rechtvaardigen geen hoger pgb. De extra kosten van de eigen keuze zijn voor appellante zelf.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het toegekende pgb is toereikend; extra kosten van eigen keuze zijn voor appellante.