ECLI:NL:CRVB:2022:276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding zorgkosten grensoverschrijdende gezondheidszorg in Duitsland
Appellante, woonachtig in België en pensioengerechtigd in Nederland, onderging in Duitsland medische behandelingen waarvoor zij vergoeding vroeg bij CAK. CAK wees dit af wegens het ontbreken van voorafgaande toestemming volgens Verordening (EG) nr. 883/2004. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Raad verzocht het Hof van Justitie van de EU om prejudiciële beslissing over de toepasselijkheid van de Patiëntenrichtlijn.
Het Hof oordeelde dat appellante als pensioengerechtigde aanspraak kan maken op vergoeding van grensoverschrijdende zorgkosten zonder voorafgaande toestemming, omdat Nederland geen stelsel van voorafgaande toestemming heeft ingevoerd. Naar aanleiding hiervan wijzigde CAK haar standpunt en bood vergoeding aan volgens Nederlandse tarieven.
De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en wijst vergoeding toe van €16.744,- plus wettelijke rente. Proceskosten voor rechtsbijstand worden niet vergoed omdat de gemachtigde geen beroepsmatige rechtsbijstand verleende. Wel worden reiskosten van de gemachtigde vergoed. De uitspraak vervangt het eerdere besluit van CAK.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en vergoeding van zorgkosten in Duitsland van €16.744,- plus wettelijke rente en proceskosten voor reiskosten van de gemachtigde wordt toegewezen.