ECLI:NL:CRVB:2022:2680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit over arbeidsvermogen
Appellant stelde hoger beroep in tegen een UWV-besluit inzake zijn arbeidsvermogen. Tijdens de bezwaarprocedure overwoog het UWV nieuwe gegevens die leidden tot een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarop appellant het hoger beroep introk.
De Raad beoordeelde dat er geen sprake was van een aan het UWV te wijten onrechtmatigheid, omdat de nieuwe gegevens pas tijdens de bezwaarprocedure waren ingediend. Hierdoor was geen grond voor vergoeding van kosten gemaakt tijdens de bezwaarprocedure.
Wel veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs in verband met het beroep en hoger beroep had moeten maken, begroot op € 2.277,-. Vergoeding van immateriële schade wegens psychische stress werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Vergoeding van wettelijke rente werd eveneens afgewezen omdat het gewijzigde besluit niet tot nabetaling leidde. Voor griffierecht kon appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden.
De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander namens de Centrale Raad van Beroep op 14 december 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellant van € 2.277,-, terwijl vergoeding van immateriële schade en wettelijke rente wordt afgewezen.