Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:2626

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 december 2022
Publicatiedatum
6 december 2022
Zaaknummer
20 / 2916 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan

Het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Vervolgens heeft appellant het hoger beroep ingetrokken bij brief van 16 februari 2022. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M. Peelen, heeft verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.

Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Appellant heeft aangevoerd dat het verweerschrift niet door mr. Peelen, maar door een andere advocaat is ingediend en dat de kosten met betrekking tot het beroep zijn verrekend. De Raad oordeelt dat mr. Peelen als opvolgend gemachtigde het verzoek tot proceskostenvergoeding kan indienen.

De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op €759,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De proceskosten in eerste aanleg zijn reeds toegewezen in de eerdere uitspraak. De beslissing is genomen door J.J. Janssen, in aanwezigheid van griffier D. van der Boom.

Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van €759,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak:
20/2916 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 juli 2020, 19/4858 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren (appellant)
[betokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 16 februari 2022 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. M. Peelen, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft een verweerschrift ingediend tegen het verzoek om vergoeding van proceskosten.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Bij brief van 3 maart 2022 heeft appellant aangevoerd dat het verweerschrift van
4 november 2020 niet door mr. Peelen is ingediend, maar door mr. I. Timmermans van Eckhardt/Rens advocaten. Appellant geeft voorts aan dat de kosten met betrekking tot het beroep zijn verrekend.
Overwogen wordt dat mr. Peelen opvolgend gemachtigde is, zodat zij thans degene is die om een veroordeling in de proceskosten kan verzoeken. Appellant wordt veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in hoger beroep, voor verleende rechtsbijstand. De proceskosten in eerste aanleg zijn bij de aangevallen uitspraak reeds toegewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op *.
(getekend) J.J. Janssen
(getekend) D. van der Boom