ECLI:NL:CRVB:2022:2611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. Volgens artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift. Dit griffierecht moest binnen 28 dagen na de brief van 17 augustus 2022 worden voldaan. Appellant is hierop meerdere malen gewezen, onder meer bij aangetekende brief van 18 september 2022, met de waarschuwing dat bij niet tijdige betaling het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld zou worden.
Ondanks deze waarschuwingen heeft appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Rijnbeek in aanwezigheid van griffier A. Abbas op 1 december 2022.
Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden en het bestuursorgaan binnen zes weken schriftelijk verzet indienen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.