ECLI:NL:CRVB:2022:2545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling tegen UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een sociale zekerheidszaak. Het UWV nam op 29 juni 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarmee het geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Naar aanleiding hiervan trok appellant op 14 juli 2022 het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven, conform artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad oordeelde dat er geen reden was voor vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in bezwaar en beroep, omdat appellant deze zelf had verricht. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs had moeten maken voor de behandeling van het hoger beroep.
De proceskosten werden begroot op €759,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voor het betaalde griffierecht kon appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 16 november 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €759,- aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.