ECLI:NL:CRVB:2022:2524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en deze verplichting geldt ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro. De gemachtigde van appellant is op 12 mei 2022 en nogmaals op 12 juni 2022 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijn van het griffierecht van €136,-.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier J.M. Labage, en uitgesproken op 21 november 2022.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld door belanghebbenden of het bestuursorgaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.