ECLI:NL:CRVB:2022:244
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening WIA-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een uitspraak van de Raad van 16 oktober 2019, waarin haar recht op een WIA-uitkering werd afgewezen. Zij stelde dat nieuwe medische wetenschappelijke inzichten omtrent CVS/ME en de belastbaarheid van patiënten niet waren meegenomen en dat de verzekeringsarts die de deskundigenrapportage opstelde onvoldoende deskundig en onafhankelijk was.
De Raad heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat strikte voorwaarden stelt aan herziening: de feiten of omstandigheden moeten vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, onbekend zijn geweest en bij bekendheid tot een andere uitspraak hebben kunnen leiden. De Raad concludeerde dat de overgelegde wetenschappelijke artikelen en medische rapporten na de uitspraak van 2019 dateren en geen nieuwe feiten bevatten die de belastbaarheid op de datum in geding wijzigen.
Ook de bezwaren over de onafhankelijkheid van de verzekeringsarts werden niet als nieuwe feiten aangemerkt. De Raad oordeelde dat het verzoek feitelijk een hernieuwde discussie over de eerder genomen beslissing beoogt, wat niet is toegestaan via het herzieningsmiddel.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.