ECLI:NL:CRVB:2022:2353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als kledingsorteerder, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig rapport vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en er geen aanleiding was om te twijfelen aan de medische beoordeling. Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar arm- en incontinentieklachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze klachten reeds in bezwaar zijn besproken en dat appellante geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd die aanleiding geven tot twijfel aan de functionele mogelijkhedenlijst. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.