Uitspraak
21 1509 WIA-T
26 maart 2021, 20/1595 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
R.D. van den Heuvel.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als algemeen medewerker en groepsleider, vroeg een WIA-uitkering aan wegens beperkingen door artrose en hemochromatose. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische situatie zorgvuldig was onderzocht en dat appellant geschikt zou zijn voor bepaalde functies zoals baliemedewerker, receptionist en telefonisch verkoper.
In hoger beroep stelde appellant dat de verzekeringsarts onvoldoende rekening had gehouden met de progressieve aard van zijn aandoeningen, met name de chondrocalcinose en de beperkingen in hand- en vingergebruik, toetsenbord bedienen en muis hanteren. Ook betwistte appellant dat hij de vereiste ervaring had om eenvoudig administratief PC-werk te verrichten, wat een eis is voor de geselecteerde functies.
De Raad concludeert dat de medische en arbeidskundige grondslag van het UWV-besluit ondeugdelijk is gemotiveerd. De verzekeringsarts heeft de diagnose chondrocalcinose ten onrechte niet betrokken en onvoldoende gemotiveerd waarom appellant niet verdergaand beperkt zou zijn in toetsenbord- en muisgebruik. De arbeidsdeskundige heeft onvoldoende onderbouwd dat appellant voldoet aan de ervaringseis voor PC-werk. De Raad draagt het UWV op het besluit binnen zes weken te herstellen, met een nieuwe heroverweging en motivering.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen vanwege onvoldoende medische en arbeidskundige motivering.