Uitspraak
20 3071 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam als docent, meldde zich ziek na een verkeersongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd geacht. Na bezwaar werd dit herzien naar 58,18% op basis van een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het oordeel van de onafhankelijke deskundige Joemai werd gevolgd. Appellante stelde in hoger beroep dat zij niet acht uur per dag en veertig uur per week kon werken vanwege een chronisch pijnsyndroom en beperkte energie, en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De Raad benoemde opnieuw Joemai als deskundige, die bevestigde dat er geen medische grondslag is voor een urenbeperking. De Raad concludeerde dat het UWV de arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante terecht is vastgesteld op 58,18%.