ECLI:NL:CRVB:2022:2255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-uitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant over de mate van arbeidsongeschiktheid per 3 januari 2019. Tijdens het hoger beroep nam het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op 22 juni 2022 een nieuw besluit waarbij aan appellante per 6 januari 2022 een IVA-uitkering werd toegekend. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep slechts kan worden veroordeeld in de proceskosten indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. Dit is alleen van toepassing als het nieuwe besluit ziet op hetzelfde besluit als het bestreden besluit.
In deze zaak zag het nieuwe besluit van 22 juni 2022 op een andere datum en een andere uitkering dan het besluit waartegen het hoger beroep was ingesteld. Hierdoor is geen sprake van tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom wees de Raad het verzoek om proceskostenveroordeling af en sloot het onderzoek zonder zitting.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het nieuwe besluit niet ziet op hetzelfde besluit als het bestreden besluit.