Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:2255

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 oktober 2022
Publicatiedatum
19 oktober 2022
Zaaknummer
21/1908 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-uitkering

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant over de mate van arbeidsongeschiktheid per 3 januari 2019. Tijdens het hoger beroep nam het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op 22 juni 2022 een nieuw besluit waarbij aan appellante per 6 januari 2022 een IVA-uitkering werd toegekend. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep slechts kan worden veroordeeld in de proceskosten indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. Dit is alleen van toepassing als het nieuwe besluit ziet op hetzelfde besluit als het bestreden besluit.

In deze zaak zag het nieuwe besluit van 22 juni 2022 op een andere datum en een andere uitkering dan het besluit waartegen het hoger beroep was ingesteld. Hierdoor is geen sprake van tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom wees de Raad het verzoek om proceskostenveroordeling af en sloot het onderzoek zonder zitting.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het nieuwe besluit niet ziet op hetzelfde besluit als het bestreden besluit.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 oktober 2022
21/1908 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 april 2021, 19/670 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.J. Bronsveld, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 22 juni 2022 een nieuw besluit genomen.
Op 8 juli 2022 heeft mr. Bronsveld namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruikgemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
De gemachtigde van appellante heeft op het verweerschrift gereageerd.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep onder verwijzing naar een besluit van het Uwv van
22 juni 2022, waarbij aan appellante per 6 januari 2022 een IVA-uitkering is toegekend, ingetrokken. De beslissing van 22 juni 2022 ziet op een andere datum dan het besluit waarop de aangevallen uitspraak betrekking heeft. In de aangevallen uitspraak gaat het om de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 3 januari 2019. Het Uwv is met de beslissing van 22 juni 2022 niet aan appellante tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb. De Raad is dan ook van oordeel dat het verzoek om proceskostenveroordeling dient te worden afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2022.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai
GdJ