ECLI:NL:CRVB:2022:2247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toegenomen beperkingen voor WIA-uitkering bij verschillende ziekteoorzaken
Appellant meldde zich in 2012 ziek met psychische en lichamelijke klachten en kreeg in 2014 geen WGA-uitkering toegekend vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. In 2018 meldde hij zich opnieuw ziek met toegenomen pijnklachten. Het Uwv weigerde een WIA-uitkering per 10 april 2018, omdat de toegenomen beperkingen niet uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar voortkwamen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de toename van beperkingen voortkwam uit andere diagnoses zoals reumatoïde artritis en fibromyalgie, en niet uit de eerdere letsels en psychische klachten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het Uwv onvoldoende had onderbouwd dat de toename niet uit dezelfde oorzaak voortkwam en dat de psychische klachten niet waren beoordeeld.
De Raad oordeelde dat het Uwv voldoende had aangetoond dat de toegenomen beperkingen niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortkwamen. De psychische beperkingen waren niet toegenomen en de fysieke klachten waren gerelateerd aan andere diagnoses dan de eerdere letsels. Daarom is geen recht op WIA-uitkering ontstaan. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.