ECLI:NL:CRVB:2022:2228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellant, laatstelijk werkzaam als productiemedewerker, ontving een Ziektewet-uitkering die het UWV per 6 juli 2018 beëindigde na een eerstejaars beoordeling waarbij werd vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen in andere functies. Na een nieuwe ziekmelding in mei 2019 en een daaropvolgend medisch en arbeidskundig onderzoek besloot het UWV opnieuw de uitkering te beëindigen, wat door appellant werd bestreden.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant juist waren ingeschat. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de medische situatie van appellant niet is verslechterd en dat de gewijzigde medicatie vergelijkbare beperkingen met zich meebrengt als eerder aangenomen. Nieuwe medische stukken bevatten geen relevante informatie over de situatie op de datum in geding.
De Raad concludeert dat appellant onverminderd in staat is de geduide functies te vervullen en dat het hoger beroep niet slaagt. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellant is terecht beëindigd wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.