ECLI:NL:CRVB:2022:2227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op Ziektewet-uitkering na beoordeling belastbaarheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als productiemedewerker, meldde zich ziek en ontving aanvankelijk een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling beëindigde het UWV de uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met andere functies. Appellant maakte bezwaar en startte een procedure nadat het UWV zijn ZW-uitkering per 20 augustus 2018 beëindigde wegens geschiktheid voor andere functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de belastbaarheid van appellant juist was ingeschat. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had gemotiveerd dat er geen sprake was van volledige arbeidsongeschiktheid en dat aanvullende beperkingen niet noodzakelijk waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn medische situatie, waaronder pijnklachten, medicijngebruik en psychische klachten. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat de klachtenobjectivering en beperkbaarheid adequaat waren beoordeeld. De medische informatie die appellant aanvoerde was niet relevant voor de datum in geschil.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellant en dat het hoger beroep ongegrond is. Het verzoek tot vergoeding van schade werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ZW-uitkering wordt ontzegd.