ECLI:NL:CRVB:2022:2205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening AOW-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster heeft bij brief van 8 december 2021 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 18 november 2021, waarin haar bezwaar tegen de afwijzing van haar AOW-aanvraag werd afgewezen. De aanvraag was oorspronkelijk geweigerd omdat zij minder dan een jaar ouderdomspensioen had opgebouwd.
De Raad heeft het verzoek tot herziening beoordeeld aan de hand van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening mogelijk maakt indien nieuwe feiten of omstandigheden aan het licht komen die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoekster stelde dat haar overleden echtgenoot negen jaar in Nederland had gewerkt, zij zijn enige weduwe is, en zij ernstig ziek is en niet in haar inkomen kan voorzien.
De Raad oordeelde dat deze gronden geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn zoals bedoeld in de wet, maar een hernieuwde discussie over de reeds behandelde zaak. Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. Tevens is geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de AOW-uitspraak is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.