ECLI:NL:CRVB:2022:2127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%
Appellant heeft zich gemeld met toegenomen arbeidsongeschiktheid per september 2017 en medische informatie overgelegd. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft het UWV vastgesteld dat appellant belastbaar is met beperkingen en een mate van arbeidsongeschiktheid van circa 39,79%. Op basis hiervan heeft het UWV de WGA-vervolguitkering voortgezet met een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische rapporten zorgvuldig waren en er onvoldoende grond was om de conclusies te betwisten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de eerdere beoordeling gemotiveerd bevestigd en nieuwe medische informatie werd niet als relevant voor de datum in geding beschouwd.
In hoger beroep stelde appellant dat er meer beperkingen moesten worden aangenomen vanwege chronische schouderklachten, pijn, psychische klachten en slaapproblemen die tot een urenbeperking zouden leiden. De Raad concludeerde echter dat de verzekeringsartsen deze aspecten voldoende hadden betrokken in hun beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De voortzetting van de WGA-vervolguitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% wordt bevestigd.