ECLI:NL:CRVB:2022:194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing Uwv over geschiktheid voor arbeid bij Ziektewetuitkering
Appellante, laatst werkzaam als kamermeisje, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling beëindigde het Uwv haar uitkering omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen met andere functies. Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het Uwv om haar geen nieuwe ZW-uitkering toe te kennen na een hernieuwde ziekmelding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de medische beoordeling dat zij geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen ernstiger waren dan werd aangenomen en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende had gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat de medische stukken en anamnese geen aanwijzingen bevatten voor een toename van beperkingen. De Raad bevestigde dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functies en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beslissing van het Uwv bevestigd.