ECLI:NL:CRVB:2022:1855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en veroordeling proceskosten en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Het UWV stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar trok dit hoger beroep later in. Betrokkene verzocht daarop om veroordeling van het UWV in de proceskosten die redelijkerwijs gemaakt zijn in verband met de behandeling van het hoger beroep.
Daarnaast verzocht betrokkene om vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke procedure. De Raad stelde de Staat als partij aan bij dit verzoek en liet het onderzoek ter zitting achterwege.
De Raad oordeelde dat het UWV veroordeeld wordt in de proceskosten van € 759,- voor verleende rechtsbijstand. Tevens constateerde de Raad dat de totale procedure ruim vijf jaar en zes maanden duurde, waarbij de redelijke termijn met ruim een jaar en zes maanden werd overschreden. De Staat werd daarom veroordeeld tot een schadevergoeding van € 2.000,- en tot vergoeding van proceskosten van € 379,50.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 17 augustus 2022, waarbij de Raad het belang van tijdige rechtsgang benadrukte en de gevolgen van overschrijding van redelijke termijnen in bestuursrechtelijke procedures onderstreepte.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in proceskosten en de Staat in schadevergoeding en proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.