ECLI:NL:CRVB:2022:1837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid WIA na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, werkzaam als beroepsgoederenchauffeur, meldde zich in 2015 ziek en ontving vanaf 2017 een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van circa 68%. Na herbeoordelingen en bezwaarprocedures werd de uitkering per 2019 beëindigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, maar dit besluit werd in bezwaar herzien en voortgezet op basis van een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering omtrent de functieselectie, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen, waaronder enkel-, voet- en psychische klachten, onderschat waren. Tevens stelde hij dat de geselecteerde functies ongeschikt waren vanwege allergie en fysieke beperkingen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ook al werd het rapport niet direct na het spreekuur opgesteld. De medische en arbeidskundige beoordelingen waren gebaseerd op actuele en volledige gegevens, waarbij de beperkingen adequaat waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De door appellant aangevoerde aanvullende medische informatie leidde niet tot wijziging van de beoordeling. De geselecteerde functies bleken passend en actueel, en de beperkingen werden niet onderschat.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 44,53% met ingang van 17 juni 2020 rechtsgeldig blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 44,53% en verklaart het hoger beroep ongegrond.