Appellante, geboren in 1959, heeft als gevolg van niet-aangeboren hersenletsel en polyneuropathie een grote gevoeligheid voor licht en geluid. Zij vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een woningaanpassing aan, specifiek het prikkelvrij maken van een kamer. Het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem weigerde deze maatwerkvoorziening bij besluit van 24 juni 2016, wat gehandhaafd werd bij een beslissing op bezwaar van 5 juni 2018.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde daarop hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure erkende het college dat de weigering onrechtmatig was en verstrekte zij per 23 mei 2022 alsnog de gevraagde maatwerkvoorziening.
Hierdoor was het geschil feitelijk komen te vervallen en had appellante geen belang meer bij een oordeel over het bestreden besluit. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief het betaalde griffierecht.