Uitspraak
21.1287 AW, 21/1920 AW, 21/2018 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 2 april 2019 ongegrond;
- vernietigt het besluit van 1 juni 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam bij het Ministerie van Defensie, ontving vanaf oktober 2007 wachtgeld na ontslag uit zijn functie. Hij meldde destijds een vaste aanstelling met een bepaald salaris. Later bleek dat zijn bezoldiging vanaf januari 2016 tot en met september 2018 hoger was dan opgegeven, zonder dat hij dit meldde. Hierdoor werd teveel wachtgeld betaald.
De staatssecretaris vorderde het teveel betaalde bedrag terug, wat betrokkene betwistte met het argument dat de staatssecretaris niet bevoegd was tot terugvordering omdat hij niet wist of redelijkerwijs kon weten dat teveel was betaald. De rechtbank Limburg oordeelde echter dat de staatssecretaris slechts over een deel van de periode bevoegd was tot terugvordering.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat betrokkene zijn informatieplicht heeft geschonden door de hogere bezoldiging niet te melden, waardoor teveel wachtgeld door zijn toedoen is betaald. De staatssecretaris is daardoor bevoegd het volledige bedrag over de gehele periode terug te vorderen. Het beroep van betrokkene wordt verworpen en het beroep van de staatssecretaris wordt toegewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het besluit tot terugvordering wordt gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot terugvordering van teveel betaalde wachtgeld wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.