ECLI:NL:CRVB:2022:1618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong- en WIA-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante heeft een Wajong-uitkering aangevraagd, welke door het UWV is afgewezen wegens het beschikken over arbeidsvermogen. Ook de aanvraag voor een WIA-uitkering werd geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben rekening gehouden met de fysieke en psychische beperkingen van appellante, waaronder de ziekte van Crohn, gewrichtsklachten en psychische klachten. De beperkingen leiden niet tot een volledige ongeschiktheid voor arbeid in de relevante perioden.
Verder is vastgesteld dat appellante beschikt over voldoende werknemersvaardigheden en geschikt is voor bepaalde functies, waardoor zij arbeidsvermogen heeft. De recente medische informatie die appellante aanvoert, betreft een periode na de beoordeling en kan daarom niet worden meegenomen. De Raad concludeert dat de besluiten van het UWV op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berusten en verklaart de hoger beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante arbeidsvermogen heeft en wijst de Wajong- en WIA-uitkeringen af.