ECLI:NL:CRVB:2022:1309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldige herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als juridisch medewerker, ontving sinds 2019 een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Na een herbeoordeling stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 27 januari 2020. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zij de aan de beoordeling ten grondslag gelegde functies niet kon vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsarts had dossieronderzoek gedaan, appellante psychisch onderzocht en rekening gehouden met eerdere psychiatrische en neuropsychologische rapporten. De arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd die medisch gezien geschikt waren. De brief van een adviserend geneeskundige van de GGD werd niet doorslaggevend geacht omdat deze na de datum in geschil was opgesteld en een ander toetsingskader hanteerde.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad bevestigde dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld en dat de functies passend zijn. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De WGA-uitkering van appellante is terecht beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig onderzoek.