ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en afwijzing WAO-uitkering appellant
Appellant meldde zich in januari 2006 ziek wegens toegenomen buikklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde dit in april 2008 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld. Appellant maakte bezwaar, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding, maar deze beslissing werd door de Raad vernietigd en het UWV moest een nieuw besluit nemen.
Na aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek handhaafde het UWV in januari 2012 het standpunt dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Appellant stelde in beroep dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat hij niet persoonlijk was onderzocht en dat hij niet in staat was te werken.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de vastgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) passend was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en wees de stellingen van appellant af, waarbij werd benadrukt dat dossieronderzoek door de bezwaarverzekeringsarts volgens vaste rechtspraak niet onzorgvuldig is. De Raad bevestigde het oordeel dat appellant niet arbeidsongeschikt genoeg is voor een WAO-uitkering en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en het medisch onderzoek wordt als zorgvuldig beoordeeld.