ECLI:NL:CRVB:2022:1247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens inkomsten deeltijdondernemerschap
Appellant ontving bijstand als alleenstaande op grond van de Participatiewet en verrichtte daarnaast activiteiten als deeltijdondernemer met toestemming van het college. Het college herzag de bijstand over februari 2018, trok bijstand in over april 2018 en vorderde €703,11 terug wegens inkomsten uit arbeid en onderneming die op de bijstand in mindering moesten worden gebracht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de inkomsten uit de onderneming als arbeidsinkomsten gelden en dat de fiscale aftrek van bedrijfskosten niet geldt voor deeltijdondernemers die bijstand ontvangen. Het college voerde een buitenwettelijk begunstigend beleid voor de aftrek van verwervingskosten, maar dit beleid is slechts toetsbaar op consistente toepassing.
Appellant voerde aan dat het beleid niet consistent was toegepast en dat zijn verwervingskosten niet werden meegenomen, maar dit was onvoldoende gemotiveerd. De Raad sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigde de uitspraak. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening, intrekking en terugvordering van bijstand wegens inkomsten uit deeltijdondernemerschap.