ECLI:NL:CRVB:2022:1047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.T.H. Zimmerman
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op staande voet wegens plichtsverzuim inzake verduistering milieustraatgoederen
Appellant was sinds 1985 in dienst bij de gemeente en werkte sinds 2001 bij de milieustraat. In 2018 werd ontdekt dat grote hoeveelheden metalen, waaronder koper, werden weggenomen uit de milieustraat, wat leidde tot een onderzoek door een bedrijfsrecherche. Appellant werd ervan verdacht materialen mee te nemen en hiervan mee te profiteren, wat hij deels erkende.
Na een medisch ingelast gesprek op 14 november 2018, waarin appellant zijn verklaring aflegde, legde het college hem op 14 december 2018 ontslag op staande voet op wegens plichtsverzuim. Appellant voerde onder meer aan dat hij tijdens zijn verklaring in een kwetsbare medische toestand verkeerde en dat eerdere waarschuwingen hem vrijwaren van straf voor gedragingen van voor 2018.
De Raad oordeelde dat appellant coherent heeft verklaard en dat de medische situatie geen reden was om zijn verklaring te verwerpen. Verklaringen van collega’s en camerabeelden bevestigden zijn betrokkenheid bij het meenemen van materialen. De Raad verwierp het beroep van appellant en vond het ontslag niet onevenredig, gelet op de ernst en duur van het plichtsverzuim en het geschonden vertrouwen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag op staande voet bevestigd.