ECLI:NL:CRVB:2021:992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens appèlverbod in bijstandszaak
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam die haar verzoek om een voorlopige voorziening had afgewezen. Het geschil betreft de intrekking van haar bijstandsuitkering omdat zij met haar broer een gezamenlijke huishouding voert en het gezamenlijke inkomen de norm overschrijdt.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overweegt dat de aangevallen uitspraak valt onder het appèlverbod van artikel 8:104, tweede lid, Awb. Verzoekster betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is van een herhaalde aanvraag, maar dit vormt geen grond voor doorbreking van het appèlverbod.
De Raad verwacht zich in de hoofdzaak onbevoegd te verklaren. Gezien dit appèlverbod is er geen aanleiding voor een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het appèlverbod.