ECLI:NL:CRVB:2021:894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering wegens toepassing kostendelersnorm door hoofdverblijf medebewoner
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en staat ingeschreven met haar minderjarige dochter op een adres in Almere. Na een onderzoek naar een tip dat zij een kamer onderverhuurt aan X, concludeerde het college dat X zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres, waardoor de kostendelersnorm van toepassing was en bijstand moest worden herzien en teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat de verklaringen van X en getuigen uit rancune waren en onvoldoende bewijs boden voor het hoofdverblijf van X. De Raad oordeelde echter dat de verklaringen, ondersteund door het proces-verbaal van politie en een buurtonderzoek, voldoende grondslag boden om het standpunt van het college te dragen.
De Raad bevestigde dat de bewijslast voor het college ligt bij het aantonen van het bestaan van een kostendelende medebewoner en dat X aan deze definitie voldeed. Appellante voerde geen zelfstandige gronden tegen de terugvordering aan, zodat het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening en terugvordering van bijstand op grond van de kostendelersnorm bevestigd.