ECLI:NL:CRVB:2021:826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit bevestigd
Appellante was ziekgemeld en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde na onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde daarom haar uitkering. Appellante maakte bezwaar, waarna aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek plaatsvond. Het bezwaar werd deels toegewezen, maar het recht op uitkering werd alsnog beëindigd per een latere datum.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat relevante medische informatie niet was meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beoordeling van de belastbaarheid juist was en dat nieuwe medische informatie geen aanleiding gaf tot twijfel aan de eerdere conclusies. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de Ziektewetuitkering terecht heeft beëindigd omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.