Uitspraak
19.4291 WIA-T
OVERWEGINGEN
.Dit heeft tot gevolg dat appellant per week 20 uur kan werken maar dat in verband met de recuperatiebehoefte per uur sprake is van maximaal 15 uur per week productief werken, aldus Vos.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die sinds een sportongeval in 2015 arbeidsongeschikt is, kreeg door het UWV een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55,24% vastgesteld per 19 juli 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische beoordeling zorgvuldig was en de beperkingen passend waren vastgesteld.
In hoger beroep betoogt appellant dat zijn beperkingen zijn onderschat, met name op het gebied van concentratie, geheugen en urenbeperking. Hij wijst op een latere toekenning van een WGA-loonaanvullingsuitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100% per 1 april 2019, gebaseerd op een uitgebreider medisch onderzoek door revalidatiecentrum Heliomare en verzekeringsarts Vos.
De Raad volgt de rechtbank in het oordeel dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, maar constateert dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende heeft gemotiveerd waarom zij het rapport van Heliomare en de daarop gebaseerde aanpassingen van Vos niet heeft overgenomen. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke motivering van het besluit van 12 februari 2018.
De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen, waarmee het besluit niet rechtsgeldig is zolang dit niet is gebeurd.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen wegens onvoldoende motivering van de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid.