ECLI:NL:CRVB:2021:769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling beperkingen en verdiencapaciteit
Appellant, laatstelijk werkzaam als kabeltrekker, meldde zich ziek met rug-, voet- en knieklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een medische en arbeidskundige beoordeling stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies, waarop de uitkering werd beëindigd.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat hij meer beperkingen had, onder meer door slecht gezichtsvermogen en knieklachten, en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bevestigden echter de beperkingen en geschiktheid van de functies.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende was toegesneden op de situatie van appellant, ook rekening houdend met zijn leeftijd, en dat de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.