ECLI:NL:CRVB:2021:741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens schending inlichtingenplicht ondanks draagkracht bezwaar
Appellanten ontvingen bijstand en kregen een boete opgelegd wegens het niet tijdig doorgeven van inkomsten uit WW-uitkering en arbeid in 2017. Het college legde een boete van €614,84 op, gebaseerd op eerdere boetes en de ernst van de schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat hun beperkte draagkracht en een beslagvrije voet van 95% van de bijstandsnorm aanleiding moesten zijn tot matiging van de boete.
De Raad oordeelde dat de boete lager is dan 5% van de bijstandsnorm maal de aflossingstermijn van twaalf maanden, waardoor de verhoogde beslagvrije voet niet tot een lagere boete leidt. Ook andere financiële omstandigheden van appellanten rechtvaardigen geen verdere matiging. De boete is evenredig en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De boete van €614,84 wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.